Vriendendag 2010

Nieuw boek ten doop gehouden

Vriendendag met harnassen en oude wapens

‘Je kunt vijftiende eeuwse ridderharnassen beschouwen als gebruiksvoorwerpen, maar ook als kunstuitingen.’ Dat was een van de verrassende uitspraken, waarmee dr. Tobias Capwell, curator wapens van het Wallace Institute (UK) 20 november zijn gehoor in het Legermuseum verraste. De bijna honderd aanwezigen – voor het grootste deel Vrienden van het Legermuseum – namen deel aan de speciale (Vrienden)dag die het museum samen met de Stichting Vrienden had georganiseerd.

Algemeen directeur drs. Chris Ronteltap heette de gasten welkom en huldigde de vicevoorzitter van de Vrienden, brigadegeneraal b.d. Jo Thomas, die na tien jaar afscheid nam van het bestuur. Hij kende hem als blijk van waardering voor zijn vele werk, de zilveren kruisboog van het Legermuseum toe. Na hem nam voorzitter mr. Gijs Scholtens het woord om op zijn beurt de scheidende bestuurder te bedanken en hem namens de stichting een ets van het Legermuseum te overhandigen. Daarna overhandigde hij bestuurslid Stefan Willems – die binnenkort op missie gaat - een ontsnappingshawl (met landkaart), zoals de geallieerde
piloten in de Tweede Wereldoorlog die kregen om zo nodig de weg naar huis terug te vinden, als zij boven vijandelijk gebied waren neergehaald.

Draagbaar kunstwerk
Je kunt een ridderharnas bekijken vanuit het gezichtspunt van wetenschap of van kunst, aldus dr. Tobias Capwell, die als eerste spreker optrad. Praktisch gezien doen zich vragen voor als ‘wat draag je op het slagveld?’ ‘Hoe draag je een harnas?’ ‘Hoe werk je ermee?’ en ‘Wat doe je als je hoge nood hebt?’ Maar bij al deze dagelijkse vragen, vergeet men vaak dat een harnas vroeger ook als kunstobject werd gezien, dat veel vertelde over de drager ervan. Hoe fraaier het harnas en hoe meer voorzien van kunstzinnige details, hoe voornamer de eigenaar. ‘Een ridder was niets zonder zijn wapenrusting. De symboliek zit in de details, dan begrijpt men waar het om gaat en tot welke wereld de ridder behoort’, aldus Capwell.
Je zou eigenlijk een harnas ook niet in een vitrine moeten zien, maar ‘op de man’ met alles wat daarbij hoort: de verdere kleding, de kleuren, de geur van het bijbehorende leer. Een goede indruk geven de middeleeuwse afbeeldingen die bewaard gebleven zijn.
Uit het Britse gebied is maar weinig overgebleven, maar goed en gedetailleerd studiemateriaal leveren de talrijke grafmonumenten in de kerken.

Capwell wees op de verschillen tussen Britse en Italiaanse wapenrustingen. De laatste zijn niet symmetrisch omdat de ridders veelal te paard vechten en dat is een asymmetrische handeling (met lans en dergelijke). Britse ridders vochten vaker zonder paard en zijn wel symmetrisch.
Bij de Italiaanse harnassen komt de esthetische kant sterk naar voren, ze zijn ruim gedecoreerd met onder andere bloemen. Ze hebben een stijl die sterk verschilt van de Britse.
Een derde groep harnassen is meer geënt op het Nederlandse/Franse/Bourgondische harnas, de Continental Group. Ze waren voor een persoon gemaakt en getuigden duidelijk van diens wensen. In de vijftiende eeuw waren veel Britse ridders in Nederlandse krijgsdienst en we zien dan ook een duidelijke wederzijdse beïnvloeding van beide stijlen.

Vuurballen voor vermaak en vechten
Dr. A. Geibig curator historische wapens en harnassen van de ‘Veste Coburg’ gaf vervolgens inzicht in historisch vuurwerk. Dat klinkt romantischer dan de werkelijkheid is, want het was in sommige gevallen wel als vermaak bedoeld, maar vaker toch als strijdmiddel. Salpeter, zwavel en zwart kruit waren gangbaren materialen.
Als vuurwerk werden ook kransen van twijgen met een brandbaar materiaal gebruikt, of vuurpotten. Maar de Zwitsers bijvoorbeeld bevestigden brandbaar materiaal aan pijlen en gebruikten dat tegen een vijand.
Strijdmiddel vormde ook de vuurbollen die tot veertig kilo konden wegen en een doorsnee tot zeventig centimeter hadden. Het Oostenrijkse leger heeft ze tot 1873 in de bewapening gehad.
Dit zwaarder oorlogsmateriaal werd vooral met slingertoestellen en mortieren ‘verschoten’. In de meer moderne tijd kennen we nog steeds ‘vuurwerk’ in de vorm van lichtkogels – afgevuurd met lichtkogelpistolen – en lichtspoormunitie, afgeschoten met geweren, mitrailleurs, vlakbaangeschut en mortieren en artillerie.

Perfecte middeleeuwse lunch
Na de sprekers genoten de aanwezigen van een perfecte middeleeuwse lunch. Na de start met een heerlijke mosterdsoep, was er aan het buffet een ruime keuze aan kazen, sauzen, brood en andere lekkernijen. Alles overgoten met een smakelijk glühwein!
Het middagprogramma startte met de presentatie door drs. Harm Stevens en Jan Piet Puype van hun nieuwe boek ‘Wapens van ridders en landsknechten’, aan de uitgave waarvan de Vrienden een substantiële financiële bijdrage leverden.
Beide sprekers legden uit dat zij het museumbezit minutieus hadden geanalyseerd en beschreven. Deze betrof de fysieke verschijning van het wapen, de vergelijking met wapens in andere collecties en de argumenten die hadden geleid tot de identificatie van het betrokken stuk.

Puype ruimde een misverstand uit de weg. Een vorige directeur van het Legermuseum had bij het voorwoord bij een eerdere catalogus de lezer ‘veel leesplezier’ toegewenst, maar dat is niet aan de orde. Een boek als dit neem je van tijd tot tijd ter hand om bepaalde wapens te bekijken. ‘Je kijkt het door, bekijkt de foto’s. Het is geen leuk leesboek, waaraan je “leesplezier” beleeft. Niettemin hoopten de sprekers dat collega’s, verzamelaars, re-enactors, kunsthistorici en andere belangstellenden er toch veel aan zullen hebben.
Dat er belangstelling was, bleek wel tijdens de afsluitende borrel met hapjes, toen in de verkoopstand al verscheidene exemplaren werden aangeschaft.

Copyright © Stichting Vrienden Legermuseum. Alle rechten voorbehouden.
Herzien: 07 januari 2011